DE "KAARTE"
De kaarte was het reglement dat door de dorpsheer werd opgemaakt. Met de sierlijke letters op perkament of in het in ledergebonden gildeboek stond alles opgetekend wat de gildebroeders moesten doen en laten, van bij hun intrede als lid tot aan de dood. En zelfs voorbij de dood, want dan moest de afgestorvene zijn metgezellen nog een laatste keer trakteren met een ton bier.
We geven hier enkele artikelen uit de waslijst van verplichtingen. Op straf van boete is het verboden:
- zijn gezel voor leugenaar uit te schelden, te vervloeken of te verwensen.
- zijn gildeschuld niet te betalen, want als "de kas" in de rode cijfers was beland, moest ieder zijn deel betalen om uit de schuld te geraken.
Men was verplicht de begrafenisplechtigheid van een gildebroeder bij te wonen en de processies en inhalingen op te luisteren. Er stond in vermeld dat de gildebroeders moesten trouw zweren aan de "Heer" en de "Heerlijkheid" en gehoorzaamheid beloven aan de hoofdman en de deken. Ook mochten enkel deugdzame en eerlijke lieden deel uitmaken van het gild.
DE SINT-JOISGILDE VAN DE BERG
De "KAARTE"
HET HANTEREN VAN DE WAPENS
HET LANDJUWEEL
HET TEERFEEST